De ESPR uitgelegd: wat de nieuwe ecodesign-regels betekenen voor jouw organisatie

De manier waarop Europa naar producten kijkt, verandert fundamenteel. Met de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) stelt de Europese Unie nieuwe eisen aan vrijwel alle fysieke producten die op de Europese markt komen. Van textiel tot meubels, van batterijen tot elektronica: producten moeten duurzamer, repareerbaarder en recyclebaarder worden. In april 2025 publiceerde de Europese Commissie het Working Plan 2025-2030, waarin staat welke productgroepen als eerste aan de beurt zijn.

Wat is de ESPR en wat heeft het met ecodesign te maken?

De ESPR is de opvolger van de Ecodesign Richtlijn uit 2009, die zich vooral richtte op energieverbruik van apparaten. De nieuwe verordening gaat veel verder. Waar de oude richtlijn bijvoorbeeld eiste dat een wasmachine zuiniger moest zijn, kijkt de ESPR naar de volledige levenscyclus: welke materialen zitten erin, hoe lang gaat het product mee, kan het gerepareerd worden, en wat gebeurt er aan het einde van de levensduur?

De verordening is in juli 2024 in werking getreden en wordt de komende jaren stapsgewijs uitgerold via zogenaamde gedelegeerde handelingen (‘delegated acts’). Daarin worden per productgroep specifieke eisen vastgelegd.

De zeven pijlers van de ESPR

De ESPR rust op zeven hoofdelementen die samen een nieuw speelveld creëren voor producenten en importeurs:

  • EU-brede ecodesign-eisen voor bijna alle fysieke producten, gericht op duurzaamheid, repareerbaarheid, recycleerbaarheid en de aanwezigheid van schadelijke stoffen.
  • Het Digitaal Product Paspoort (DPP) wordt verplicht: een digitaal dossier dat informatie over een product toegankelijk maakt gedurende de hele levenscyclus.
  • Strengere regels rond Substances of Concern en verplichte transparantie over materiaalsamenstelling.
  • Verbod op vernietiging van onverkochte goederen, dat als eerste gaat gelden voor textiel en schoeisel.
  • Verplichte Green Public Procurement criteria, waardoor overheden duurzaamheid zwaarder moeten meewegen bij aanbestedingen.
  • Strengere markttoezicht en CE-handhaving om naleving te waarborgen.
  • Nieuwe EU-duurzaamheidslabels om consumenten betrouwbare informatie te geven.

Welke productgroepen zijn als eerste aan de beurt?

Het Working Plan 2025-2030 geeft duidelijkheid over de prioriteiten. De Europese Commissie heeft productgroepen geselecteerd op basis van hun milieu-impact, het potentieel voor verbetering en de economische relevantie.

  • IJzer en staal staan bovenaan de lijst, met gedelegeerde handelingen verwacht in 2026. Dit zijn grondstof- en energie-intensieve sectoren waar grote milieuwinst te behalen valt.
  • Aluminium volgt in 2027, eveneens vanwege de hoge energie-intensiteit van productie.
  • Textiel en kleding krijgen in 2027-2028 te maken met de eerste eisen. Dit is een sector waar de ESPR veel gaat veranderen: van materiaalsamenstelling tot repareerbaarheid, en van het verbod op vernietiging van onverkochte voorraden tot verplichte productpaspoorten. Voor textiel worden meer dan honderd datapunten verwacht in het DPP.
  • Meubels staan gepland voor 2028. Hier gaat het vooral om levensduurverlenging, repareerbaarheid en het gebruik van gerecyclede materialen.
  • Matrassen volgen in 2029, met vergelijkbare eisen rond duurzaamheid en recycleerbaarheid.
  • Banden krijgen in 2027 te maken met nieuwe eisen, voortbouwend op bestaande regelgeving rond brandstofefficiëntie en geluid.
  • Energie-gerelateerde producten zoals verwarmingstoestellen, airconditioning en verlichting worden tussen 2026 en 2028 opgenomen, als uitbreiding van de bestaande Ecodesign Richtlijn.
  • ICT en elektronica staan gepland voor 2028-2030. Hier speelt vooral de repareerbaarheid een grote rol, evenals de beschikbaarheid van software-updates en reserveonderdelen.

Opvallend is dat een aantal productgroepen nog niet in de eerste ESPR-golf is opgenomen. Schoeisel, wasmiddelen, verven, smeermiddelen en chemicaliën zijn in het huidige Working Plan niet geprioriteerd voor vroege gedelegeerde handelingen en worden eerst nader onderzocht

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

De gefaseerde invoering geeft organisaties tijd om zich voor te bereiden, maar die tijd is beperkter dan het lijkt. Tussen publicatie van gedelegeerde handelingen en daadwerkelijke toepassing zit doorgaans achttien maanden tot twee jaar. Voor textiel betekent dit dat bedrijven die in 2028 moeten voldoen, nu al moeten beginnen met voorbereiden.

De impact reikt verder dan alleen de direct gereguleerde sectoren. Toeleveranciers van materialen en componenten krijgen te maken met informatievragen van hun afnemers. Producenten hebben namelijk gegevens nodig over materiaalsamenstelling, herkomst en milieuvoetafdruk om aan de DPP-vereisten te voldoen. Een levenscyclusanalyse kan hierbij helpen om de benodigde milieudata te verzamelen.

Voor organisaties die al werken aan circulaire strategieën is de ESPR vooral een bevestiging van de ingeslagen weg. De verordening dwingt precies die zaken af waar voorlopers al mee bezig zijn: ontwerpen voor langere levensduur, repareerbaarheid mogelijk maken, en materiaalstromen transparant maken.

Nu beginnen met voorbereiden

De ESPR vraagt om een andere manier van denken over producten. Niet alleen kijken naar functionaliteit en prijs, maar ook naar wat er gebeurt als het product kapot gaat of aan het einde van zijn levensduur komt. Organisaties die hier vroeg mee beginnen, bouwen kennis en systemen op die straks het verschil maken.

Een praktische eerste stap is het in kaart brengen van je productportfolio: welke producten vallen onder welke productgroep, en wanneer worden de eisen van kracht? Van daaruit kun je bepalen waar de grootste aanpassingen nodig zijn en waar je data nog ontbreekt.

Wil je weten hoe jouw organisatie zich kan voorbereiden op de ESPR? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over de impact op jouw productportfolio.

Deel dit artikel

Recente nieuwsberichten

Onze klanten

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ESG-ontwikkelingen en ontvang vrijblijvend praktische inzichten die jouw organisatie vooruit helpen.