De sufficiency-strategie: waarom slimmer doen belangrijker is dan meer doen

Wereldwijd daalt het circulariteitspercentage: van 9,1% in 2018 naar 6,9% in 2025. Dit ondanks groeiende bewustwording, pilots en wetgeving. De harde waarheid is dat we simpelweg te veel materiaal gebruiken. De totale materiaalgroei vreet alle efficiëntiewinst op, wat leidt tot het gevreesde reboundeffect. Efficiëntie alleen lost het probleem dus niet op en daarom is sufficiency belangrijk.

Wat is sufficiency en waarom nu?

Sufficiency is geen strategie om minder te doen, maar om slimmer te doen. Het gaat over het bevragen van onze behoefte aan producten en diensten, en het zoeken naar manieren om met minder materiaal dezelfde of zelfs betere uitkomsten te bereiken. De IPCC omschrijft het als “maatregelen en dagelijkse praktijken die de vraag naar energie, materialen, land en water vermijden, terwijl ze welzijn voor iedereen binnen planetaire grenzen leveren.”

Belangrijk om te begrijpen: sufficiency maakt ons minder afhankelijk van grondstoffen en meer van onze eigen waardecreatie. Het gaat dus niet om minder business, maar om betere businessmodellen: hogere marges, langere klantrelaties en stabielere ketens.

We kunnen niet meer om deze aanpak heen. Van de negen planetaire grenzen zijn er inmiddels zeven overschreden. Bovendien stuiten we op fysieke grenzen: experts schatten dat maximaal 25% circulariteit haalbaar is door alleen te focussen op recycling en hergebruik. Volgens prognoses neemt het mondiale materiaalgebruik tot 2060 met 60% toe. Alle recyclinginspanningen kunnen deze groei simpelweg niet bijbenen.

Het Phoebus-mechanisme doorbreken

Sufficiency voorkomt dat circulariteit terugvalt in lineair gedrag en helpt om economische groei los te koppelen van materiaalverbruik. En zoals het Phoebus-cartel liet zien: zolang waarde gekoppeld blijft aan volume, sturen we automatisch richting verspilling. Dit kartel had de lampenbusiness op z’n kop door lampen expres maximaal 1.000 uur te laten opereren, om zo meer volume te verkopen en ze dus zo te maken dat ze sneller kapot gingen. Sufficiency doorbreekt precies dat mechanisme.

Drie concrete sufficiency-strategieën voor bedrijven

Gelukkig hoeven organisaties niet vanaf nul te beginnen. Er zijn al concrete strategieën die bedrijven nu kunnen inzetten als onderdeel van hun ESG-strategie. Drie daarvan lichten we hier uit. Belangrijk om te weten: heel veel bedrijven passen succesvol materiaalreductie toe, vaak niet omdat ze ‘circulair willen zijn’, maar omdat het economisch slimmer, robuuster en goedkoper is. Circulair voordeel is dan een meevaller.

Strategie 1: Ontwerpen voor minder (dematerialisatie)

De eerste strategie is dematerialisatie: producten lichter maken, slimmer ontwerpen, zodat ze met minder materiaal dezelfde functie vervullen. Dit begint al bij het ontwerpproces en levert vaak verrassende resultaten op.

Verpakkingsbedrijven en hun leveranciers ontdekken dat ze door het verminderen van het aantal lagen verpakkingsmateriaal of een slimmer ontwerp significant materiaal kunnen besparen. Zeker bij vaste leveringen leidt dit tot hergebruik van verpakkingen en minder afval: pure sufficiency.

Een mooi Nederlands voorbeeld is Pretty Plastic, producent van gevelpanelen uit 100% gerecycled PVC. Deze producent van gevelpanelen ontdekte dat het product nog steeds veel materiaal bevatte en daardoor een hoge milieu-impact had. Ze werken nu aan lichtere, materiaal-efficiëntere varianten, waardoor zowel impact als kosten dalen. Het bedrijf maakt geveltegels van oude raamkozijnen, regenpijpen en dakgoten en toonde aan dat dematerialisatie ook bij gerecyclede producten nog mogelijk is.

Dematerialisatie vraagt om een andere designfilosofie. Niet “wat kan er nog meer in?” maar “wat kan eruit zonder de functie te verliezen?” Het gaat om essentiële vragen stellen: hebben we deze component echt nodig? Kunnen we dit lichter maken? Kan één onderdeel meerdere functies vervullen?

Strategie 2: Product-als-dienst

De tweede strategie is het verschuiven van verkopen naar dienstverlening. In plaats van een product te verkopen, verkoop je het gebruik of de uitkomst ervan. Dit model verandert de businesscase fundamenteel: als een fabrikant eigenaar blijft en betaald wordt voor gebruik, heeft die fabrikant er alle belang bij dat het product lang meegaat, goed onderhouden wordt en efficiënt functioneert. Geplande veroudering zoals bij het Phoebus voorbeeld (Planned obsolescence) wordt dan opeens een slecht idee.

Een bekend Nederlands voorbeeld is Swapfiets, dat fietsen verhuurt met een all-in service. Kapotte band? Swapfiets komt langs om te repareren of de fiets te vervangen. Het bedrijf verdient aan gebruik, niet aan verkoop, en heeft daarom alle belang bij fietsen die lang meegaan en goed te repareren zijn. Producenten houden zo controle over hun materialen gedurende meerdere gebruikscycli en kunnen producten herstellen, upgraden en uiteindelijk onderdelen hergebruiken. Dat is pas echte circulariteit.

Strategie 3: Levensduur verlengen en intensiever gebruik

De derde strategie is tweeledig: zorg dat producten langer meegaan én dat ze intensiever gebruikt worden. Een Nederlands bedrijf dat hierin vooroploopt is Fairphone, dat modulaire, repareerbare telefoons maakt. Fairphone geeft 5 jaar garantie op de Fairphone 5 en belooft 8 jaar lang updates, veel langer dan andere merken. De telefoon is zo ontworpen dat gebruikers zelf onderdelen kunnen vervangen met een gewone schroevendraaier. Waar andere producenten beweren dat modulair en stevig niet samen gaan, bewijst Fairphone het tegendeel.

Naast het maken van duurzamere producten is het cruciaal om klanten te betrekken. Communiceer transparant over hoe zij de levensduur kunnen verlengen: “Dit product gaat langer mee als je X doet”, “Repareer eerst, wij helpen”, “Recycle pas als laatste stap”. Dit zogenoemde best option first gedrag zorgt ervoor dat consumenten eerst inzetten op verlengen, niet op vervangen.

Hoe kunnen bedrijven hier concreet mee aan de slag?

Sufficiency klinkt misschien abstract, maar de implementatie kan heel praktisch zijn. Belangrijke kanttekening: een circulaire strategie is pas geslaagd als ze consumptie verlaagt, levensduur verlengt en totale impact reduceert. Rebound voorkomen is daarom de kern van circulaire waardecreatie.

Het reboundeffect vermijden

Bedrijven grijpen vaak naar de laagste trede van de R-ladder (recycle), omdat die het makkelijkst is. Maar recyclen vergt energie, water, transport, chemie. En er ontstaat een gevaarlijk patroon: bij nieuwe circulaire producten gemaakt van afval voelen consumenten minder schuld (“het wordt toch wel gerecycled”) en danken sneller af. Bedrijven gebruiken “recycling” als marketing en blijven ondertussen steeds meer produceren. Dat is precies waar CE rebound ontstaat: je doet iets circulairs, maar het vergroot toch je totale impact.

Daarom is het cruciaal om te beginnen bij “Verminderen” en “Verlengen”, niet bij recyclen. Eerst kijken of we het product überhaupt nodig hebben, dan of we het langer kunnen laten meegaan, en pas daarna naar recycling kijken.

Praktische implementatie

  • Start met een materialiteitsanalyse: Waar zit het grootste materiaalgebruik in jouw waardeketen? Focus daar eerst op. Een dubbele materialiteitsanalyse kan hierbij helpen.
  • Experimenteer klein en betrek klanten: Begin met een pilot. Test een product-als-dienst model voor één productlijn. Experimenteer met dematerialisatie bij één nieuw product. Communiceer transparant naar klanten waarom je deze keuzes maakt en maak het makkelijk voor hen om mee te doen.
  • Bereken de business case: Sufficiency is economisch slimmer. Product-als-dienst levert voorspelbare inkomsten. Dematerialisatie bespaart materiaalkosten. Levensduurverlenging verhoogt de return on investment per product. Focus op de economische voordelen: hogere marges, stabielere ketens, minder afhankelijkheid van grondstofprijzen.
  • Werk samen: Veel sufficiency-strategieën vragen om samenwerking in de keten. Sluit aan bij bestaande initiatieven, leer van anderen en deel kennis.

Kansen voor toekomstbestendige organisaties

Organisaties die vroeg inzetten op sufficiency-strategieën positioneren zich voor de toekomst. Ze bouwen aan veerkracht door minder afhankelijk te worden van schaarse grondstoffen. Ze creëren nieuwe markten en diensten door ESG integraal te verankeren in hun strategie.

De zakelijke voordelen zijn concreet: kostenbesparingen door efficiënter materiaalgebruik, bescherming tegen grondstofprijsschommelingen, en sterkere klantrelaties door de verschuiving naar dienstverlening. Ook overheden spelen een cruciale rol door duurzaamheidseisen te stellen bij aanbestedingen en door fiscale prikkels te bieden voor circulaire businessmodellen.

De uitdaging waar we voor staan is niet simpel, maar ook niet onoplosbaar. Sufficiency draait om het creëren van waarde binnen planetaire grenzen en het vergroten van welzijn zonder het materiaalgebruik op te schroeven. Organisaties die nu beginnen met experimenteren, bouwen aan een toekomstbestendige organisatie en dragen bij aan een wereld waarin zes van de negen planetaire grenzen niet nog verder overschreden worden.

Wil je weten hoe jouw organisatie deze transitie kan maken? Bekijk onze aanpak of ontdek hoe wij organisaties helpen met ESG implementatie.

Deel dit artikel

Recente nieuwsberichten

Onze klanten

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ESG-ontwikkelingen en ontvang vrijblijvend praktische inzichten die jouw organisatie vooruit helpen.