“Wanneer moeten wij een DPP hebben?” Het is een veelgehoorde vraag van directieleden en compliance officers. Het korte antwoord: dat hangt af van de productcategorie. Het langere antwoord lees je hieronder. Wij hebben alle bekende deadlines voor de DPP-verplichting op een rij gezet, inclusief wanneer de delegated acts per productgroep verwacht worden.

Hoe werkt de gefaseerde invoering?
De ESPR (EU 2024/1781) vormt de kapstok. De specifieke eisen per productgroep worden vastgelegd in gedelegeerde handelingen (delegated acts), geprioriteerd volgens het Working Plan 2025–2030 dat de Europese Commissie op 16 april 2025 heeft aangenomen.
Het proces verloopt steeds in drie stappen: de Commissie publiceert een gedelegeerde handeling, daarna geldt een overgangstermijn van minimaal achttien maanden, en pas dan wordt het DPP verplicht. Dat onderscheid is wezenlijk. De tabel hieronder geeft aan wanneer de gedelegeerde handeling verwacht wordt, niet wanneer de DPP-verplichting ingaat. Tel daar minimaal anderhalf jaar bij op.
| Productcategorie | Verwachte adoptie gedelegeerde handeling | Verwachte DPP-verplichting | Status |
| Batterijen | n.v.t. (apart traject) | Februari 2027 | Definitief (EU 2023/1542) |
| IJzer & Staal | 2026 | ~2028 | Gedelegeerde handeling in voorbereiding |
| ICT & Elektronica | 2026 – 2027 | 2028–2029 | Hoge prioriteit |
| Textiel & Kleding | 2027 | ~2029 | Hoge prioriteit |
| Banden | 2027 | ~2029 | Hoge prioriteit |
| Meubels | 2028 | ~2030 | Tweede prioriteitsgroep |
| Aluminium | 2028 | ~2030 | Tweede prioriteitsgroep |
| Bouwproducten | Gefaseerd per productfamilie | ~2028-2029 (eerste families) | Definitief (EU 2024/3110) |
| Matrassen | 2029 | ~2031 | Derde prioriteitsgroep |
Alleen de batterijdeadline staat definitief vast. De overige data zijn indicatief en kunnen verschuiven na de mid-term review in 2028.
Per categorie: waar liggen de uitdagingen?
Batterijen: februari 2027
De batterijverordening (EU 2023/1542) is geen verwachting meer, maar geldend recht. Vanaf 18 februari 2027 moeten alle industriële batterijen boven 2 kWh, EV-batterijen en LMT-batterijen een digitaal batterijpaspoort hebben met informatie over identificatie, technische kenmerken, carbon footprint en kritieke grondstoffen.
Wat dit traject veeleisend maakt, is dat het paspoort geen statisch document is. Data zoals State of Health moeten gedurende de levensduur worden bijgewerkt. Daarnaast vereist de verordening een carbon footprint-berekening per kWh en due diligence op grondstoffen als kobalt, lithium en nikkel. Diverse ondersteunende gedelegeerde handelingen worden nog uitgewerkt, en uiterlijk augustus 2026 moet de Commissie een ‘implementing act’ publiceren over de toegangsrechten. Voor batterijfabrikanten, EV-producenten en importeurs is dit de meest urgente deadline op de DPP-kalender.
IJzer & Staal: gedelegeerde handeling verwacht 2026
IJzer en staal vormen de eerste batch ESPR-producten. De gedelegeerde handeling wordt in 2026 verwacht, wat neerkomt op een DPP-verplichting rond 2028. De carbon footprint-berekening per ton staal is data intensief, maar organisaties die al ETS of CBAM-data verzamelen hebben een voorsprong: veel van de benodigde informatie overlapt. Relevant voor staalproducenten, importeurs, verwerkers en de bouwsector.
ICT en Elektronica: gedelegeerde handeling verwacht 2026–2027
ICT en elektronica zijn prioritair onder de ESPR, maar kennen een complexere implementatie dan meer gestandaardiseerde categorieën zoals staal of banden. De technologische diversiteit is groot, innovatiecycli zijn kort en toeleveringsketens zijn diep gelaagd en wereldwijd gespreid.
Het DPP zal naar verwachting uitgebreide informatie vereisen over materiaalgebruik (inclusief kritieke grondstoffen als kobalt, zeldzame aardmetalen en lithium), energie-efficiëntie, repareerbaarheid en software-ondersteuning. Vooral dat laatste is nieuw terrein: de levensduur van ICT-producten wordt niet alleen fysiek bepaald, maar ook door software-updates en compatibiliteit. Daarnaast spelen eisen rondom demonteerbaarheid en recyclebaarheid een grote rol, met directe impact op productontwerp.
De grootste uitdaging zit in het verzamelen van consistente, verifieerbare data over meerdere tiers in de keten. Veel fabrikanten zijn afhankelijk van netwerken van leveranciers voor halfgeleiders, printplaten en batterijen, waarbij datatoegang vaak beperkt is. Organisaties die al ervaring hebben met product compliance (RoHS, REACH), lifecycle-analyses of supply chain due diligence hebben een voorsprong, maar zullen hun datamodellen aanzienlijk moeten uitbreiden. Relevant voor producenten, importeurs en distributeurs van ICT-apparatuur.
Textiel & Kleding: gedelegeerde handeling verwacht 2027
Van alle ESPR-categorieën is textiel misschien wel de meest uitdagende, niet vanwege het aantal velden, maar vanwege de gefragmenteerde ketens. Een eenvoudig T-shirt raakt tientallen leveranciers over meerdere continenten. Vezelherkomst en microplastics release zijn datapunten die de meeste textielbedrijven nog niet structureel bijhouden. Daar komt bij dat het vernietigingsverbod voor onverkocht textiel al per 19 juli 2026 ingaat, waardoor de sector op korte termijn al met een andere ESPR-verplichting te maken krijgt. De gedelegeerde handeling voor het DPP wordt in 2027 verwacht, met een verplichting rond 2028-2029. Dit raakt kledingmerken, textielproducenten, importeurs en retailers.
Banden: gedelegeerde handeling verwacht 2027
Banden bouwen voort op het bestaande EU-bandenlabel. Rolling resistance, wet grip en geluidsniveau worden al vastgelegd, waardoor de voorbereiding relatief overzichtelijk is. De slijtage-indicator voor microplastics is het voornaamste nieuwe datapunt.
Meubels en Aluminium: gedelegeerde handelingen verwacht 2028
Meubels en aluminium vallen beide in de tweede prioriteitsgroep, met een DPP-verplichting rond 2030. Bij meubels gaat het om houtherkomst, certificering (FSC/PEFC), formaldehyde-emissie en demontagemogelijkheden. Bij aluminium draait het om CO₂-uitstoot per ton en recycled content, sterk gekoppeld aan CBAM. Organisaties die al EPD’s of FSC-certificering hebben, zijn in beide gevallen goed op weg.
Bouwproducten: eigen traject via de CPR
Bouwproducten volgen een apart traject via de herziene Construction Products Regulation (CPR, EU 2024/3110), in werking getreden op 7 januari 2025. En er is inmiddels meer bekend dan bij de meeste ESPR-categorieën.
In december 2025 publiceerde de Commissie het eerste CPR Working Plan 2026–2029, met concrete mijlpalen per productfamilie. Het DPP-register moet uiterlijk 19 juli 2026 operationeel zijn, in Q4 2026 wordt een gedelegeerde handeling verwacht voor DPP-serviceproviders, en de eerste productfamilies (zoals cement en beton) krijgen naar verwachting eind 2027 herziene standaarden. Zodra die standaarden verplicht worden gesteld, geldt het DPP achttien maanden later.
Het regelgevingslandschap is complex: bouwproducten vallen onder zowel de ESPR als de CPR, waarbij de CPR voorrang heeft. De Declaration of Performance and Conformity (DoPC) vervangt de oude prestatieverklaring en moet straks via het DPP beschikbaar zijn. Milieudata worden gefaseerd verplicht: GWP-rapportage vanaf 2026, kernmilieu-indicatoren vanaf 2030, het volledige pakket levenscyclusindicatoren vanaf 2032. De overgang verloopt per productfamilie (Annex VII definieert er 36). Organisaties die al EPD’s conform EN 15804 hebben, beschikken over een stevige voorsprong.
Matrassen: delegated act verwacht in 2029
Matrassen vormen de derde prioriteitsgroep. Brandvertragers, VOC-emissies en schuim-recyclebaarheid zijn de kernpunten.
Producten die nog niet op de lijst staan
Het Working Plan 2025–2030 is niet uitputtend. Schoeisel wordt onderzocht (studie verwacht eind 2027), en de mid-term review van 2028 kan nieuwe categorieën toevoegen. Op termijn vallen vrijwel alle fysieke producten op de EU-markt onder de ESPR. De ESPR-basisvelden gelden straks voor iedereen.
De deadline is niet het grootste risico
Bij de organisaties die we begeleiden zien we het nog te vaak: de focus ligt op de datum, maar het werkelijke risico zit in de doorlooptijd. Niet de deadline missen is het probleem. Het probleem is er pas aan beginnen wanneer concurrenten er al klaar voor zijn, een aanbesteding het vraagt, of de grootste klant het als inkoopeis stelt.
Wat organisaties vandaag al kunnen doen: bestaande data inventariseren via de Empact DPP Tool, DPP opnemen in inkoopgesprekken met leveranciers, en het opstellen van een stappenplan voor het verkrijgen van alle relevante data.
Wil je weten wat de DPP-voorbereiding voor jouw organisatie betekent? Neem contact op met Empact, we denken graag mee.