Van laaggeschoolde arbeid naar vakmensen: arbeidsmigratie vraagt om een ander gesprek

Eén op de tien werkenden in Nederland is arbeidsmigrant. Ze staan aan de productielijnen, bouwen onze huizen en leggen straks het stroomnet aan dat de energietransitie moet dragen. Tegelijk komen er al jaren dezelfde berichten binnen: uitbuiting, slechte huisvesting, mensen die jaar in jaar uit op een tijdelijk contract zitten. Arbeidsmigratie is geen bijzaak van de Nederlandse economie. Het houdt hele sectoren overeind, en het bepaalt mede of we onze klimaatdoelen op tijd halen. Juist daarom verdient het een beter gesprek dan het nu krijgt, een gesprek dat beide kanten meeneemt.

Een economie die draait op mensen van buiten

Het aantal arbeidsmigranten is sinds 2006 verviervoudigd, en de schattingen lopen uiteen van een paar honderdduizend tot ruim een miljoen. Ze werken in de tuinbouw, de logistiek, de bouw, de techniek. Haal ze weg en er gaat van alles haperen.

Die afhankelijkheid wordt voorlopig niet kleiner. De vergrijzing zet door en de krapte op de arbeidsmarkt houdt nog zeker vijftien jaar aan. Daar bovenop komen de grote opgaven: woningbouw, en vooral de energietransitie. Op dit moment staan al ruim twintigduizend bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting op het stroomnet, deels omdat er te weinig technici zijn. De vraag wie het werk doet en de vraag of we de transitie op tijd halen, blijken één en dezelfde vraag.

De rekening ligt scheef

Tegenover die bijdrage staat een minder fraai beeld. De Arbeidsinspectie rapporteert al jaren dezelfde dingen: onderbetaling, lange en wisselende werkdagen, huisvesting die soms gewoon niet deugt. Mooie woorden genoeg, maar de praktijk verandert traag.

Dat het zo hardnekkig is, komt door afhankelijkheid. Veel arbeidsmigranten krijgen hun werk, hun woning, hun vervoer en hun zorgverzekering via dezelfde partij. Wie aan de bel trekt, zet niet alleen zijn baan op het spel, maar ook zijn dak boven het hoofd. Dat houdt mensen stil, en een klein deel van de markt weet daar handig gebruik van te maken.

Arbeidsmigratie levert Nederland veel op. Maar de lasten komen te vaak terecht bij de mensen die zich het minst kunnen verweren.

De overheid probeert dat te corrigeren. Per 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) in werking: uitzendbureaus mogen dan alleen nog mensen leveren als ze zijn toegelaten door het ministerie, en bedrijven mogen alleen via toegelaten bureaus inhuren. Dat is een stevige stap tegen de uitwassen. Maar een toelatingsstelsel ruimt de misstanden op, het zet nog niet de stap naar beter geregelde, geschoolde arbeidsmigratie. Daarvoor is meer nodig dan handhaving.

De vraag is niet óf, maar hoe

Dat we arbeidsmigranten nodig hebben, staat vast. De vraag is hoe we hun inzet regelen, en daar wringt het. We hebben arbeidsmigratie jarenlang behandeld als een kraan: open bij krapte, dicht bij overschot, zo flexibel mogelijk. Dat model begint te piepen. Arbeidsmigranten doen vooral het laaggeschoolde werk, terwijl Nederland zichzelf graag een kenniseconomie noemt. En volgens het CBS is meer dan de helft van de EU-arbeidsmigranten binnen vijf jaar weer vertrokken. Alle opgebouwde kennis en ervaring gaat zo de deur uit.

Voor de energietransitie is dat een probleem van een andere orde. Het verzwaren van het stroomnet en het verduurzamen van de gebouwde omgeving is geen werk voor losse handen die volgend seizoen weer weg zijn. Het vraagt monteurs, installateurs en technici die het vak beheersen en lang genoeg blijven om er beter in te worden. Een transitie die decennia duurt, kun je niet bouwen op arbeid die je per kwartaal aan- en afzet. Wie de klimaatopgave serieus neemt, moet dus ook de arbeidsvraag serieus nemen.

De beweging die voor de hand ligt: van vluchtige, laaggeschoolde arbeidsmigratie naar gerichte vakmigratie die goed geregeld is. Niet sturen op het hoogste aantal, maar op de juiste mensen, voor het juiste werk, onder voorwaarden die hout snijden. Het is ook de richting die de Adviesraad Migratie aanbeveelt: kijk naar wáár mensen werken en onder welke condities, niet alleen naar de aantallen. Een geschoolde vakkracht die langer blijft en zich kan ontwikkelen kost eerst wat, maar betaalt zich terug. Voor het bedrijf, en voor Nederland.

Hoe een sector het anders aanpakt

Dat het kan, laat de praktijk zien. OTTO Work Force, een van de grootste internationale arbeidsbemiddelaars van Europa en klant van Empact, kiest bewust voor die route. In het Deltaplan “Voorkomen dat Nederland vastloopt” maakt het bedrijf dat concreet: een tijdelijke vakkrachtenregeling voor sectoren als energie en zorg, met duidelijke grenzen. Een quotum per sector, maximaal vijf jaar verblijf, ethische werving, gecertificeerde huisvesting en begeleide terugkeer.

Volgens OTTO werkt arbeidsmigratie pas als circulaire kracht voor de energietransitie wanneer baangarantie, fatsoenlijke huisvesting en eerlijke beloning de basis vormen, hier én in het land van herkomst. Dat woord, circulair, raakt de kern. Mensen komen tijdelijk, geschoold en beschermd, en gaan met kennis en ervaring weer terug. Zo wordt de manier waarop je arbeidsmigratie organiseert zelf een bouwsteen van de transitie.

Empact begeleidt OTTO al een paar jaar in de ESG-transformatie, met de nadruk op de sociale thema’s. Zo’n traject levert inzicht en data op, en een sector die zegt voorop te lopen kan dat pas laten zien met cijfers die kloppen. Diezelfde onderbouwing geeft grip om risico’s in de eigen keten aan te pakken, iets wat ook bij due diligence steeds belangrijker wordt.

Tijd om te kiezen

Arbeidsmigratie gaat niet weg. De vraag is hoe we het organiseren. Het oude model, draaien op volume en de laagste prijs, levert misstanden op en kwetsbare ketens, en het laat de energietransitie zonder de vakmensen die ze moet uitvoeren. Gerichte, geschoolde vakmigratie behandelt mensen als vakkracht in plaats van als wisselgeld, en maakt de duurzame transitie tegelijk haalbaar. Het sociale en het ecologische lopen hier in elkaar over: een eerlijker arbeidsmarkt is ook een voorwaarde voor een groener Nederland. Daar is regie van de overheid voor nodig, maar ook lef bij werkgevers. De kaders liggen er. Wat ontbreekt, is de overtuiging dat een eerlijker systeem op termijn ook een sterker systeem is.

Deel dit artikel

Recente nieuwsberichten

Onze klanten

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ESG-ontwikkelingen en ontvang vrijblijvend praktische inzichten die jouw organisatie vooruit helpen.