Hoe politiek bestendig is jouw klimaatstrategie?

Een klimaatstrategie bouw je meestal op aannames over uitstoot, regelgeving en energieprijzen. Maar de grootste onzekerheid van de komende jaren zit ergens anders: in de politiek. Energie, grondstoffen en technologie zijn veiligheidsvraagstukken geworden, en dat verandert het tempo en de richting van de energietransitie. Wat betekent dat voor jouw plan? En hoe bouw je een strategie die overeind blijft, ongeacht wie er regeert? Een recent wetenschappelijk artikel over nationalisme en klimaatbeleid legt het mechanisme bloot. Wij halen er vier lessen uit voor organisaties die hun klimaatambities ook over vijf jaar nog overeind willen hebben.

Zakenman kijkt vanuit een kantoor uit over windturbines onder een lucht die half bewolkt en half zonnig is

Nationalisme als rem op klimaatbeleid: wat het onderzoek laat zien

Sinds 2022 is de toon veranderd. Overheden spreken over energieonafhankelijkheid, strategische autonomie en kritieke grondstoffen. Subsidies verschuiven naar nationale industrie, exportbeperkingen op grondstoffen nemen toe, en technologie is inzet geworden van concurrentie tussen landen. Ieder bedrijf dat een klimaattransitieplan maakt, rekent impliciet met een politieke toekomst. De vraag is of die toekomst er ook komt. Over die onzekere omgeving schreven wij eerder in Koers houden tijdens politieke stormen.

In Frontiers in Political Science verscheen dit voorjaar het artikel Climate obstruction and nationalism: a conceptual map (Conversi et al., 2026), geschreven door Daniele Conversi en acht collega’s, onder wie Yogi Hale Hendlin van de Erasmus Universiteit. Hun stelling: politieke en economische elites zetten nationalisme in om klimaatbeleid te vertragen of af te zwakken. Ze onderscheiden vier vormen:

  • Grondstoffennationalisme. Grondstoffen zijn van de natie en dienen nationale ontwikkeling. Denk aan de strijd om lithium, kobalt en zeldzame aardmetalen.
  • Energienationalisme. Eigen energie is nationale veiligheid. Denk aan ‘Pools kolen’ of ‘Russisch gas’ als onderdeel van de nationale identiteit.
  • Technonationalisme. Controle over technologie is geopolitieke macht. Denk aan exportbeperkingen op chips en de wedloop om de productie van zonnepanelen en batterijen.
  • Fossiel fascisme. De extreme variant, waarin bescherming van fossiele belangen samenvalt met autoritair nationalisme en het onderdrukken van tegenspraak.

Onder elk van die vlaggen gebeurt hetzelfde: economische belangen worden gepresenteerd als het belang van het land, en klimaatmaatregelen als bedreiging voor banen, soevereiniteit of veiligheid.

Het is een uitgesproken stuk van één onderzoeksgroep, het Climate Social Science Network, dat bewust alleen de remmende kant van nationalisme belicht. De auteurs erkennen zelf dat diezelfde nationale reflex ook groen kan uitpakken. Maar de mechanismen die ze beschrijven herken je zodra je het nieuws volgt.

Vier mechanismen, vier lessen

De eerste drie mechanismen raken elk een ander onderdeel van je klimaatstrategie: energienationalisme raakt je energiekeuzes, grondstoffen- en technonationalisme raken je keten. De vierde vorm is geen bedrijfskundig vraagstuk, maar onderstreept wel de overkoepelende conclusie van het artikel: de route van de transitie ligt minder vast dan we aannemen. En dat raakt de manier waarop je je plan doorrekent en verankert. In dit artikel maken we dat concreet:

  • energienationalisme werkt twee kanten op;
  • grondstoffen en technologie zijn je verborgen afhankelijkheid;
  • reken met meerdere politieke toekomsten;
  • veranker je doelen waar de politiek er niet bij kan.

Les 1: energienationalisme werkt twee kanten op

Het argument dat eigen energie nationale veiligheid is, beschermt in Polen de kolenwinning. Datzelfde argument is de reden dat zon en wind in Nederland en de rest van Europa na 2022 versnelden. Niemand wilde nog afhankelijk zijn van Russisch gas. Het Europese REPowerEU plan koppelde energiezekerheid en verduurzaming expliciet aan elkaar. Het argument kiest dus geen kant, het versterkt de richting die een land al op gaat.

Wat betekent dat voor jou? Onderbouw je klimaattransitieplan niet alleen met uitstoot en regelgeving, maar ook met afhankelijkheid, leveringszekerheid en kostenbeheersing.

Voorbeeld. Een voedingsmiddelenproducent wil zijn stoomketels op gas vervangen door elektrische warmtepompen. Verdedigd met ‘zo halen we onze doelen voor 2030’ staat die investering onder druk zodra de subsidie wegvalt of het beleid verschuift. Verdedigd met ‘zo zijn we minder afhankelijk van een gasprijs die in 2022 vertienvoudigde, en van leveranciers buiten Europa’ blijft dezelfde investering staan in vrijwel elk politiek scenario. Dezelfde beslissing, een steviger fundament. Dat sluit aan bij wat wij eerder schreven over de financiële waarde van ESG: duurzaamheid die ook een bedrijfseconomisch argument heeft, houdt stand.

Les 2: grondstoffen en technologie zijn je verborgen afhankelijkheid

De energietransitie draait op spullen: zonnepanelen, batterijen, elektrolysers, windturbines. En die spullen, plus de grondstoffen erin, komen voor een groot deel uit een handvol landen. Grondstoffennationalisme en technonationalisme zijn hier geen theorie, maar dagelijkse praktijk. Wie zijn transitieplan volledig op die aanvoer bouwt, heeft een verborgen risico ingebouwd.

Voorbeeld. In 2023 beperkte China de export van gallium en germanium, twee metalen die nodig zijn voor chips en zonnecellen. In 2025 volgden beperkingen op zeldzame aardmetalen en de magneten die ervan worden gemaakt, onmisbaar in windturbines en elektromotoren. Europese fabrikanten die daar niet op voorbereid waren, zagen levertijden oplopen en prijzen stijgen. De EU reageerde met de Critical Raw Materials Act, maar eigen winning en verwerking kosten jaren.

Breng daarom in kaart van welke landen, leveranciers, materialen en technologieën je transitieplan afhankelijk is. Een analyse van je waardeketen geeft daar vaak al een goed eerste beeld van. Spreid waar mogelijk je leveranciers en kijk serieus naar hergebruik. Circulariteit is hier niet alleen een milieuargument, maar ook een manier om risico te verkleinen. Lees meer over circulaire economie en over de businesscase voor circulariteit.

Les 3: reken met meerdere politieke toekomsten

Veel transitieplannen gaan uit van één toekomst: beleid wordt strenger, CO2 wordt duurder via het ETS, hernieuwbare energie goedkoper. Een plausibel scenario. Maar niet het enige. Het artikel van Conversi laat zien dat de politieke wind ook kan draaien. Een plan dat alleen werkt als de wereld zich gedraagt zoals je hoopt, is geen strategie maar een wens.

Voorbeeld. Wie in 2023 een rapportageteam opbouwde voor de CSRD, rekende op een wet die voor duizenden Nederlandse bedrijven zou gelden. Met Omnibus I werd de reikwijdte fors ingeperkt en schoven deadlines op. Wie de rapportage had gekoppeld aan de eigen sturing, kon gewoon door. Hetzelfde geldt voor de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Parijsakkoord begin 2025: voor een bedrijf met Amerikaanse vestigingen veranderde het speelveld van de ene op de andere dag.

Reken je plan daarom door onder minstens drie scenario’s: beleid versnelt, beleid vertraagt, beleid versnippert per regio. In een eerdere insight schreven wij over impactscenario’s als manier om keuzes te toetsen. Dit is het moment om die methode ook op geopolitiek risico toe te passen.

Les 4: veranker je doelen waar de politiek er niet bij kan

Het artikel gaat over politiek buiten de organisatie. Binnen de organisatie speelt hetzelfde. Een nieuwe directie. Een tegenvallend jaar. Een activistische aandeelhouder. Een klimaatstrategie die alleen leeft bij de duurzaamheidsafdeling sneuvelt bij de eerste bezuinigingsronde.

Voorbeeld. In 2024 liet Shell een tussendoel voor 2035 vallen en zwakte het zijn ambitie voor de koolstofintensiteit af, met een verwijzing naar veranderde marktomstandigheden en de vraag naar gas. Wat je daar ook van vindt, het laat zien hoe snel doelen bewegen als ze niet vastzitten in de kern van de bedrijfsvoering. Het omgekeerde zie je bij organisaties waar klimaatdoelen onderdeel zijn van de bestuurdersbeloning, van de investeringscriteria en van de reguliere kwartaalrapportage. Daar is een koerswijziging geen kwestie van een persbericht, maar van een besluit dat langs dezelfde toetsing moet als elke andere strategische beslissing.

Leg klimaatdoelen daarom vast op directieniveau, koppel ze aan investeringsbeslissingen en beloning, en rapporteer erover alsof het financiële cijfers zijn. Hoe je dat aanpakt, beschreven wij in ESG implementeren in tien stappen en op onze pagina over governance.

Een klimaatstrategie die tegen een stootje kan

Het artikel van Conversi en collega’s zal niet iedereen overtuigen, en dat hoeft ook niet. Wat het wel doet, is een spiegel voorhouden: de route van de transitie ligt minder vast dan we in onze plannen aannemen. Dat vraagt niet om minder ambitie, maar om ambitie met een steviger fundament: in de businesscase, in de keten, in de scenario’s en in de bestuurskamer. Geen wensdenken, maar een klimaatstrategie die stevig staat als de politieke wind draait, en die meer impact maakt zodra de wind meezit.

Bij Empact helpen we organisaties bij het ontwikkelen van een ESG strategie en een klimaattransitieplan dat politieke wisselingen overleeft. Lees meer over onze aanpak op het gebied van klimaat of maak kennis met onze consultants. Benieuwd hoe jouw plan scoort onder verschillende scenario’s? Neem vrijblijvend contact op. Laten we samen impact maken.

Deel dit artikel

Recente nieuwsberichten

Onze klanten

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ESG-ontwikkelingen en ontvang vrijblijvend praktische inzichten die jouw organisatie vooruit helpen.