Weet jij wie jouw product heeft gemaakt? De Forced Labour Regulation komt eraan

Op 26 juni 2026 publiceerde de Europese Commissie de richtlijnen bij de Forced Labour Regulation (FLR), samen met het Forced Labour Single Portal en een risicodatabase. Daarmee is duidelijk hoe het verbod op producten die met dwangarbeid zijn gemaakt vanaf 14 december 2027 in de praktijk gaat werken. Weet jij onder welke omstandigheden jullie producten gemaakt zijn, tot aan de grondstof? Wie in jouw organisatie kan die vraag beantwoorden? En hoe lang doen jullie daarover?

Handen van een kledingmaker geleiden donkerblauwe stof onder de naald van een industriële naaimachine

In dit artikel maken we dat concreet:

  • we leggen uit wat de verordening precies verbiedt;
  • we laten zien welke rol due diligence speelt zodra er een onderzoek komt;
  • we beschrijven waar dwangarbeid in een keten zit en hoe je het herkent;
  • we benoemen wie dit binnen de organisatie oppakt, en waar je begint.

Forced Labour Regulation: een verbod zonder drempel

Verordening (EU) 2024/3015 verbiedt het op de Europese markt brengen, het aanbieden en het vanuit de EU exporteren van producten die met dwangarbeid zijn gemaakt. Geen omzetdrempel, geen personeelsdrempel. Het raakt dus alle sectoren en iedereen in de keten: de fabrikant, de importeur en net zo goed de webshop die alleen doorverkoopt. Ook producten uit de EU zelf vallen eronder, net als de voorraad die op 14 december 2027 al in het magazijn ligt. Diensten vallen er overigens buiten.

De wet schrijft niet voor hoe je dwangarbeid uit je keten houdt, alleen dat het product er niet mee gemaakt mag zijn. De FLR is daarmee een resultaatsverplichting. Geen zorgplicht, geen rapportageverplichting, geen verplicht ketenonderzoek. Het gaat om het product zelf.

Bij een onderzoek telt wat je van je keten weet

Hoe gaat zo’n onderzoek in zijn werk? De bevoegde autoriteit vraagt eerst informatie op en beoordeelt binnen 30 werkdagen of er een gegrond vermoeden is. Volgt een formeel onderzoek, dan krijg je doorgaans 30 tot 60 werkdagen om aan te tonen dat het product niet met dwangarbeid is gemaakt, en volgt er als regel binnen negen maanden een besluit. In de richtlijnen staat dat gedocumenteerde due diligence in zo’n onderzoek belangrijk bewijs kan zijn. Weet je niet waar je grondstoffen vandaan komen, dan verzwakt dat je positie. En de mate waarin je meewerkt weegt mee in de sanctie.

Als leidraad wijst de Commissie naar de zes stappen van gepaste zorgvuldigheid uit de OESO-richtlijnen: verankeren, in kaart brengen, voorkomen, monitoren, communiceren en herstellen. Datzelfde kader ligt onder de CSDDD. Die is met de Omnibus-richtlijn in februari 2026 teruggebracht tot bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en meer dan 1,5 miljard euro omzet, vanaf juli 2029. De FLR kent die drempel niet en gaat ruim anderhalf jaar eerder in. Of jullie onder de CSDDD vallen, doet er voor de FLR dus niet toe. Het gaat erom hoe goed jullie je eigen keten kennen.

Wat we in de praktijk zien: dat is ook de juiste volgorde. Je brengt je waardeketen in kaart omdat je wilt weten hoe je product gemaakt wordt en omdat je wilt kunnen ingrijpen als daar iets misgaat. Dat je daarmee ook een onderzoek doorstaat, is het gevolg en niet het doel. Dat gevolg is overigens niet klein: producten worden uit de handel gehaald en vernietigd, en het besluit komt openbaar op het portaal. Het geldt voor iedereen die datzelfde product verkoopt, dus ook voor jullie afnemers. Nederland heeft nog geen bevoegde autoriteit aangewezen, maar aan de datum waarop het verbod ingaat verandert dat niets.

Hoe herken je dwangarbeid in je keten?

Dwangarbeid is zelden aan één signaal te herkennen. De ILO beschrijft een reeks indicatoren die samen een beeld geven:

  • Loon: loon wordt ingehouden of pas na lange tijd betaald.
  • Identiteitspapieren: de werkgever houdt paspoort of identiteitsbewijs onder zich.
  • Schulden: iemand is via wervingskosten of voorschotten aan zijn werkgever gebonden.
  • Bewegingsvrijheid: die is beperkt, in het werk of in de huisvesting.
  • Kwetsbaarheid en intimidatie: een afhankelijke positie wordt misbruikt en er wordt gedreigd.

De risicodatabase van de Commissie, live sinds 26 juni 2026, wijst producten en regio’s met een hoog risico aan. Dwangarbeid die door een staat wordt opgelegd krijgt in de richtlijnen de hoogste prioriteit, omdat die structureel is en grote groepen mensen raakt. Herstel via je leverancier is daar meestal niet mogelijk.

Ook dichter bij huis speelt dit onderwerp. De Nederlandse Arbeidsinspectie richt haar strafrechtelijk onderzoek in 2026 op arbeidsuitbuiting, juridisch iets anders dan dwangarbeid, al overlappen de signalen. Wat de afhankelijkheid van arbeidsmigranten betekent voor Nederlandse ketens, beschreven wij eerder in zonder arbeidsmigrant geen productie en in van laaggeschoolde arbeid naar vakmensen. Buitenlandse Zaken liet begin 2025 de dwangarbeidrisico’s in de Nederlandse import in kaart brengen (Assessing Forced Labour Risks in Dutch Imports), een bruikbaar startpunt om jullie eigen inkoop naast te leggen.

In het gesprek met een leverancier helpt het om door te vragen. Wie heeft de wervingskosten betaald? Zit de huisvesting vast aan het contract? Wanneer wordt het loon uitbetaald, en wie bewaart de identiteitspapieren? Een certificaat zegt uiteraard iets, maar het vervangt zo’n gesprek niet, want daarin hoor je wat er op de werkvloer gebeurt.

Governance: dit is een directievraag

De richtlijnen schrijven geen bestuursstructuur voor, maar in de praktijk komt dit onderwerp op het bord van de directie. Het raakt immers inkoopbeslissingen, leverancierskeuzes en contracten, en bij een sanctie weegt mee of er sprake was van opzet of nalatigheid. Wie waarvoor verantwoordelijk is, hoort bij governance, en daarom raden wij aan die verantwoordelijkheid op directieniveau te beleggen. In de uitvoering zitten inkoop, legal, duurzaamheid en compliance uiteraard aan tafel.

De lastigste afweging ontstaat op het moment dat er daadwerkelijk iets gevonden wordt. De richtlijnen verwachten dat je bij een geconstateerd risico eerst inzet op herstel (remediation), dus dat je het samen met je leverancier oplost. Verantwoord afscheid nemen (responsible disengagement) is de laatste stap, al is dat bij staatsdwangarbeid vaak de enige die overblijft. Die afweging raakt ook de mensen aan de andere kant van de keten. Een leverancier verlaten lost hun situatie immers niet op.

Waar begin je? Vijf stappen

Hoe je je waardeketen in kaart brengt, beschreven wij eerder in vijf stappen. Voor dwangarbeidrisico’s houden wij deze volgorde aan:

  1. Verantwoordelijkheid: wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor dwangarbeidrisico’s en leg in beleid vast wat je van leveranciers verwacht.
  2. Risicoproducten: begin bij de productgroepen en herkomstlanden uit het BZ-rapport en de risicodatabase, en werk die terug tot op grondstofniveau.
  3. Het leveranciersgesprek: beoordeel leveranciers op de ILO-indicatoren en niet alleen op certificaten.
  4. Vastleggen: houd herkomstinformatie, audits, contracten en de opvolging van signalen zo bij elkaar dat je ze binnen 30 werkdagen kunt aanleveren.
  5. Herstel: spreek vooraf af wat er gebeurt bij een signaal, wanneer je herstelt en wanneer je afscheid neemt.

Eén proces voor FLR, CSDDD en EUDR

Je hoeft hier geen apart proces voor in te richten. De FLR en de CSDDD verwijzen naar hetzelfde OESO-kader, de EUDR vraagt om dezelfde ketenkennis, en die heb je ook nodig voor je scope 3-emissies en je CSRD-rapportage. Wie dit één keer gedegen inricht, is voorbereid op meerdere wetten en ziet vooral waar in de keten echt impact te maken valt. Geen juridische exercitie erbij, maar een praktisch handelingsperspectief voor je hele keten.

Bij Empact helpen we organisaties due diligence praktisch te implementeren: klein beginnen met één belangrijk risico, en het proces koppelen aan de CSRD-rapportage en de bredere ESG-doelen.

Deel dit artikel

Recente nieuwsberichten

Onze klanten

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ESG-ontwikkelingen en ontvang vrijblijvend praktische inzichten die jouw organisatie vooruit helpen.