Recht op reparatie: dit moet je als producent nu regelen

Sinds 31 juli 2026 geldt in de Europese Unie het recht op reparatie. Deze richtlijn (EU 2024/1799) verplicht fabrikanten om veelgebruikte producten te repareren, ook wanneer de garantieperiode is verlopen. In de media is vooral aandacht besteed aan wat dit betekent voor consumenten: repareren wordt makkelijker en aantrekkelijker dan vervangen. Maar wat betekent de richtlijn voor producenten en verkopers? In dit artikel bespreken we welke verplichtingen er gelden, wat je als organisatie nu moet regelen en hoe de richtlijn past in de bredere Europese beweging richting circulariteit.

Monteur repareert een geopende wasmachine in een moderne reparatiewerkplaats

Voor welke producten geldt het recht op reparatie?

De richtlijn geldt voor producten waarvoor op Europees niveau repareerbaarheidseisen zijn vastgelegd. Op dit moment zijn dat onder meer wasmachines, wasdrogers, vaatwassers, koelapparaten, stofzuigers, mobiele telefoons, tablets, elektronische beeldschermen, lasapparatuur en servers en dataopslagproducten. Deze lijst wordt de komende jaren uitgebreid, parallel aan de ontwikkeling van nieuwe ecodesigneisen. De reparatieverplichting geldt voor verkoopovereenkomsten die vanaf die datum worden gesloten.

Wat moet je als producent en verkoper regelen?

De richtlijn legt een reeks concrete verplichtingen bij fabrikanten. De belangrijkste op een rij:

Een reparatieplicht, ook buiten de garantie

Vraagt een consument om reparatie van een product binnen de scope, dan ben je als fabrikant verplicht deze uit te voeren, binnen een redelijke termijn. Weigeren mag alleen wanneer reparatie feitelijk onmogelijk is. Economische redenen, zoals de kosten van onderdelen, of het feit dat een ander eerder aan het product heeft gewerkt, zijn geen geldige weigeringsgrond. De reparatie uitbesteden mag, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de fabrikant. Tijdens de reparatie kan de fabrikant ervoor kiezen de consument een vervangend product te lenen, eventueel tegen een vergoeding.

Een redelijke prijs

De reparatie moet kosteloos of tegen een redelijke prijs worden uitgevoerd. Wat een redelijke prijs precies is, laat de richtlijn open. Wel is het uitgangspunt duidelijk: de prijs mag consumenten niet afschrikken om van het reparatierecht gebruik te maken. Denk aan een prijs die is opgebouwd uit arbeidskosten, onderdelen, de kosten van de reparatiefaciliteit en een gebruikelijke marge. Dit vraagt om een doordacht en verdedigbaar prijsbeleid voor reparaties.

Toegang tot onderdelen, informatie en gereedschap

Reserveonderdelen en gereedschappen moeten beschikbaar zijn tegen een prijs die reparatie niet ontmoedigt, ook voor onafhankelijke reparateurs en refurbishers. Daarnaast is het verboden om reparatie te belemmeren via contractuele bepalingen of via hardware- en softwaretechnieken. Onafhankelijke reparateurs mogen bovendien niet worden weerhouden van het gebruik van originele, tweedehands, compatibele of 3D-geprinte onderdelen, zolang deze aan de wettelijke eisen voldoen.

Informatieverplichtingen

Fabrikanten moeten kosteloos en op een goed toegankelijke manier informatie beschikbaar stellen over hun reparatiediensten, waaronder indicatieve prijzen voor veelvoorkomende reparaties op een vrij toegankelijke website. Daarnaast is er het European Repair Information Form: een standaardformulier waarmee reparateurs op verzoek van de consument vooraf duidelijkheid geven over de reparatie. De informatie in dit formulier is minimaal dertig dagen geldig, zodat de consument aanbieders kan vergelijken. Er komt bovendien een Europees onlineplatform met nationale secties waar consumenten reparateurs en refurbishers kunnen vinden.

Ook van toepassing op producenten buiten de EU

Is de fabrikant buiten de EU gevestigd, dan verschuift de reparatieplicht naar de gemachtigde vertegenwoordiger in de EU. Is die er niet, dan naar de importeur en vervolgens naar de distributeur. Importeurs en distributeurs van bijvoorbeeld Aziatische elektronica doen er dus goed aan om nu afspraken te maken over wie de reparatieverplichting draagt en hoe deze wordt georganiseerd.

Voor verkopers: langere garantie bij reparatie

Ook voor verkopers verandert er iets. De wettelijke garantie wordt eenmalig met twaalf maanden verlengd wanneer de consument bij een gebrek binnen de garantietermijn kiest voor reparatie in plaats van vervanging. Reparatie wordt daarmee ook binnen de garantie het aantrekkelijke alternatief.

De Nederlandse implementatie laat op zich wachten

EU-lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk 31 juli 2026 omzetten in nationale wetgeving. Opvallend genoeg heeft Nederland deze deadline niet gehaald, terwijl de richtlijn al in juni 2024 werd aangenomen. Het wetsvoorstel werd begin juli 2026 pas naar de Tweede Kamer gestuurd en wordt na het zomerreces behandeld. De verwachting is dat de Nederlandse wet dit najaar volgt. Tot die tijd kunnen Nederlandse consumenten de nieuwe rechten nog niet afdwingen.

Voor organisaties verandert deze vertraging weinig. De inhoud van de richtlijn staat vast en de verplichtingen zijn bekend. Wachten op de afronding van het Nederlandse wetgevingsproces is dan ook niet nodig en niet verstandig.

Onderdeel van een bredere Europese beweging

Het recht op reparatie staat niet op zichzelf. De richtlijn hangt nauw samen met de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), die eisen stelt aan het ontwerp en de repareerbaarheid van producten. Daarnaast is er een duidelijke relatie met het digitale productpaspoort, dat informatie over materialen en reparatiemogelijkheden inzichtelijk maakt, en met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), die producenten verantwoordelijk maakt voor de afvalfase van hun producten.

Deze wetten wijzen dezelfde kant op: de Europese wetgever verlegt de verantwoordelijkheid voor een product van het verkoopmoment naar de volledige levensduur. Repareerbaarheid wordt daarmee een wettelijke producteigenschap, met gevolgen voor productontwerp, inkoop en ketenafspraken.

Tegelijkertijd ontstaan er kansen: reparatie, refurbishment en de levering van onderdelen worden serieuze markten, met langere klantrelaties en nieuwe inkomsten als resultaat. Zo ontstaat een sterke business case voor de circulaire economie. En voor organisaties die rapporteren onder de CSRD maakt deze wetgeving het thema circulariteit (ESRS E5) concreet: van een algemene ambitie naar meetbare vragen over levensduur, reparatiegraad en hergebruik. Een gedegen dubbele materialiteitsanalyse biedt hierbij houvast.

Breng in kaart waar jouw organisatie staat

Wil je weten wat het recht op reparatie voor jouw organisatie betekent? Begin met deze stappen:

  1. Bepaal de scope. Vallen de producten van jouw organisatie, of die van ketenpartners, onder de richtlijn? En zo niet nu, dan mogelijk wel bij de aangekondigde uitbreidingen? De RVO biedt een actueel overzicht van de regels rond reparatie.
  2. Richt de reparatieorganisatie in. Bepaal of je reparaties zelf uitvoert of uitbesteedt, stel een verdedigbaar prijsbeleid op, organiseer de onderdelenvoorziening en zorg dat de vereiste informatie voor consumenten en reparateurs beschikbaar is.
  3. Controleer contracten en producten. Ga na of contractuele bepalingen, software of ontwerpkeuzes reparatie belemmeren en maak in de keten afspraken over wie de reparatieverplichting draagt.

Heb je hulp nodig bij het vertalen van deze verplichtingen naar de strategie en bedrijfsvoering van jouw organisatie? Neem contact op, dat kan geheel vrijblijvend. Onze consultants kijken graag met je mee, zodat we samen impact kunnen maken.

Deel dit artikel

Recente nieuwsberichten

Onze klanten

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ESG-ontwikkelingen en ontvang vrijblijvend praktische inzichten die jouw organisatie vooruit helpen.